Landelijk, maar zeker ook binnen Saxion, spreken we de laatste tijd steeds meer over het thema kwantiteit of kwaliteit. Willen we zoveel mogelijk en steeds meer studenten of heeft een lager aantal studenten, maar dan wel met meer studiesucces, de voorkeur? Ik kies voor het laatste.
Maar hoe bereik je zoiets? Daar zijn verschillende manieren voor. Zo maken we ondermeer prestatieafspraken over minder uitval en een hoger rendement. Maar met dit type afspraken heb je het doel nog niet bereikt. Hoe dan wel? Is minder studenten, maar wel studenten die meer gekwalificeerd en vooral meer gemotiveerd zijn, daar geen bepalende factor in?
Laat ik een voorbeeld noemen. Onze relatief nieuwe opleiding Media, Informatie en Communicatie (MIC) kent een enorme belangstelling van studenten. Honderden. Dat geldt ook voor Toegepaste Psychologie. Maar zit de arbeidsmarkt wel op deze aantallen te wachten? Heeft een deel van de aspirantstudenten niet een te romantisch beeld van de opleiding of het beroep? En is een uitval van, pak hem beet, 40 procent niet absurd? Hebben we wel voldoende gekwalificeerde docenten of praktijkplekken voor deze aantallen?
MIC heeft nu een fixus ingesteld. Indien de opleiding er vervolgens in slaagt deze beperking van studentenaantallen te combineren met een intake-assessment en intakegesprek (voor de zomervakantie en niet vrijblijvend) en een daaropvolgende intensieve begeleiding, dan geloof ik rotsvast in meer studiesucces. In combinatie met goed onderwijs, maar dat gebeurt al. Dus minder instroom, maar dan ook minder uitval en meer afgestudeerden.
En zou het niet aardig zijn als we erin zouden slagen, eventueel met behulp van politieke maatregelen, meer studenten bij te buigen van bijvoorbeeld opleidingen waar in het bijbehorende beroepenveld te weinig werkgelegenheid is naar techniekopleidingen? Omdat dat beroepenveld schreeuwt om arbeidskrachten. En is de maakindustrie of hightech sector niet de motor van onze economie, waar de arbeidsproductiviteit het grootste is? Dus met de meeste toegevoegde waarde voor onze economie.
Tot slot: de opleiding Archeologie heeft ook besloten tot een fixus. Logisch, er wordt daar gekozen voor kwaliteit. Kwaliteit van stageplaatsen, niet te veel studenten, want het aantal beroepen is gewoon beperkt. Een keuze vanwege de crisis? Nee, natuurlijk niet. Gewoon realistisch en ook nog eens hele goede opleiding. Bovendien valt deze opleiding binnen het techniekdomein. Als studenten die nu niet worden toegelaten, een andere technische opleiding kiezen, en met hen nog veel meer, helpen we een beetje mee de crisis in Nederland op te lossen. En zeker goed voor dit landsdeel.
Wim Boomkamp is voorzitter van het College van Bestuur.